Generatie Z wordt vaak neergezet als fundamenteel anders dan oudere werknemers. Ze willen minder werken, meer flexibiliteit en stellen andere eisen aan werk. Maar wetenschappelijk onderzoek laat zien dat deze verschillen niet significant zijn. Wat mensen belangrijk vinden in werk is universeel: autonomie, flexibiliteit en zingeving.
Het probleem is dat organisaties zich blindstaren op de platgeslagen term ‘generaties’. Daarmee werken ze stereotypen in de hand en missen ze de kans op verbinding. In plaats daarvan zouden organisaties zich meer moeten focussen op de veranderde loopbaanoriëntaties van álle werknemers. Mensen bewegen zich steeds minder lineair door hun carrière. We zien een verschuiving naar niet-traditionele loopbanen; denk aan hybride werk, combinatiebanen (waarbij vast dienstverband wordt gecombineerd met zzp-werk), en andere typen van kortlopende projecten of taken (‘gig-economie’). Werknemers wisselen opwaarts, zijwaarts, maar ook neerwaarts van rol of sector.
In plaats van generaties tegenover elkaar te zetten, moeten werkgevers en beleidsmakers de dialoog aangaan over hoe ze alle medewerkers kunnen ondersteunen in hun loopbaan. Dat kan vragen om meer wendbare en zelfgestuurde loopbaanpaden, cross-sectorale samenwerkingen en wellicht meer ruimte voor maatwerk. Laten we dus vooral stoppen met generatiedenken en meer focus leggen op hoe we met elkaar in gesprek kunnen gaan over innovatieve oplossingen die veranderende loopbanen in het algemeen ondersteunen.
Bron: ANP nieuws