De meeste mensen denken dat het simpel is. Afgekeurd betekent thuis zitten, een uitkering ontvangen, en verder niets. Geen bijbaantje, geen paar uurtjes werk, want dat zou toch “niet mogen” naast een uitkering. Dat beeld zit er bij heel veel mensen ingebakken, alsof arbeidsongeschiktheid en werken elkaar per definitie uitsluiten.
En dan is er Sandra, die na een burn-out en een jaar ziekteverlof een WIA-uitkering kreeg op basis van 80-100% arbeidsongeschiktheid. Ze ging ervan uit dat haar verhaal daar stopte. Tot ze ontdekte dat ze, ondanks dat hoge percentage, gewoon een paar uur per week mocht werken zonder haar uitkering volledig te verliezen. Niet onbeperkt, dat niet. Maar wel meer dan ze ooit had verwacht.
Dat is precies waar de verwarring rond bijverdienen met een WIA-uitkering vandaan komt. De regels zijn niet eenvoudig, maar ze zijn ook niet zo streng als de meeste mensen denken. Laten we uitzoeken hoe het echt zit.
Eerst even de basis: welke uitkering heb jij?
Voordat je iets kunt zeggen over hoeveel je mag bijverdienen, moet je weten in welke categorie je valt. De WIA kent grofweg twee smaken, en het verschil tussen die twee is enorm.
Heb je een IVA-uitkering? Dan ben je volledig en duurzaam arbeidsongeschikt verklaard, wat betekent dat het UWV inschat dat herstel nauwelijks tot niet mogelijk is. Bij IVA mag je tot 20% van je maatmanloon bijverdienen zonder dat je status in gevaar komt. Het maatmanloon is, simpel gezegd, het loon dat je zou verdienen als je nooit arbeidsongeschikt was geraakt. Dat percentage van 20% lijkt misschien laag, en dat is het ook, maar het is wel ruimte die velen niet weten dat ze hebben.
Heb je een WGA-uitkering? Dan zit je in een heel andere situatie. Hier mag je in principe onbeperkt bijverdienen, met dien verstande dat je inkomen wordt verrekend met je uitkering. Verdien je structureel 65% of meer van je oude loon, dan kan het UWV besluiten dat je uitkering wordt herzien of zelfs stopgezet.
Hoe die verrekening precies werkt
Dit is het deel waar de meeste vragen ontstaan, en eerlijk gezegd ook waar het UWV zelf weleens fouten maakt in de berekening. Bij een WGA-uitkering geldt: van elke euro die je verdient, gaat 70% van je uitkering af. Het loon zelf houd je volledig.
Een voorbeeld maakt dit concreet. Stel je ontvangt 1.000 euro bruto WIA-uitkering per maand, en je gaat 500 euro bruto verdienen met een bijbaan. Het UWV haalt dan 70% van die 500 euro, dus 350 euro, van je uitkering af. Je nieuwe uitkering komt op 650 euro. Je totale inkomen wordt dan 650 euro uitkering plus 500 euro loon, samen 1.150 euro bruto per maand. Je gaat er dus financieel op vooruit, ondanks dat je uitkering daalt.
Dat is iets wat veel mensen niet beseffen. Het idee dat bijverdienen “niet loont” omdat de uitkering toch wordt gekort, klopt simpelweg niet. Je houdt er altijd iets aan over, en vaak meer dan je zou verwachten, zeker als je kijkt naar het nettobedrag. Loon krijgt namelijk arbeidskorting van de Belastingdienst, een uitkering niet. Daardoor blijft er netto relatief meer over van loon dan van uitkering, wat het plaatje nog gunstiger maakt dan de brutocijfers laten zien.
Wat is die restverdiencapaciteit nu eigenlijk
Een term die in elk gesprek met het UWV opduikt, en die voor verwarring zorgt, is restverdiencapaciteit. Dit is het percentage dat het UWV vaststelt op basis van onderzoek door een bedrijfsarts of arbeidsdeskundige, en het geeft aan hoeveel je volgens hen nog kunt werken gezien je beperkingen.
Ben je bijvoorbeeld vastgesteld op 70% arbeidsongeschikt, dan is je restverdiencapaciteit 30%. Dat percentage bepaalt mede in welke categorie van de WGA je terechtkomt, en daarmee ook wat je totale inkomen uit werk en uitkering wordt. Het is geen vrijblijvend cijfer. Het ligt vast in de beslissingsbrief die je van het UWV ontvangt, en het is precies dat document waar je naar moet kijken zodra je overweegt om te gaan werken naast je uitkering.
Wat veel mensen niet weten: als de medewerker van het UWV deze berekening niet duidelijk op papier wil zetten, heb je het recht om daarop aan te dringen of een klacht in te dienen. Niet elke UWV-medewerker is namelijk volledig op de hoogte van alle details binnen deze regelgeving, en een schriftelijke berekening is je enige houvast als er later onenigheid ontstaat over wat je daadwerkelijk mocht bijverdienen.
En als je voor jezelf wilt beginnen
Hier wordt het interessant voor wie niet terug wil in loondienst, maar wel iets voor zichzelf wil opbouwen. Voor zelfstandigen met een arbeidsongeschiktheidsuitkering gelden andere regels dan voor mensen in loondienst. Waar een herbeoordeling bij loondienst na twaalf maanden plaatsvindt, krijgen startende ondernemers drie jaar de tijd voordat het UWV een nieuwe beoordeling doet.
Die herbeoordeling vindt alleen plaats als je belastbare winst structureel hoger ligt dan wat je naast je uitkering mag bijverdienen. Het UWV rekent hierbij overigens met de belastbare winst, niet met de brutowinst, wat in de praktijk een aanzienlijk verschil kan maken. Wie een buffer wil opbouwen voordat de teller voluit gaat lopen, kan er bovendien voor kiezen om een maand niet te ondernemen, waardoor de driejarige termijn weer helemaal opnieuw begint.
Is dit ingewikkeld? Absoluut. Maar het is wel een legitieme route voor mensen die met hun beperking toch zelfstandig aan de slag willen, in plaats van vast te zitten in het idee dat een uitkering en ondernemerschap niet samengaan.
Wat je vooral niet moet doen
Eén ding staat buiten kijken: elke wijziging in je inkomsten moet je doorgeven aan het UWV. Niet pas achteraf, maar op het moment dat je weet dat je gaat werken of dat je inkomsten veranderen. Doe je dat niet, dan loop je het risico dat je later moet terugbetalen, met alle stress en gedoe die daarbij horen.
Dat doorgeven kan telefonisch via de werknemerstelefoon van het UWV, of online via Mijn UWV met je DigiD. Het voelt misschien als extra administratie boven op alles wat je al doormaakt, maar het voorkomt grotere problemen verderop. En als je eenmaal een schriftelijke berekening van het UWV hebt over hoeveel je mag bijverdienen, heb je een bewijsstuk waarop je kunt terugvallen als er ooit onenigheid ontstaat.
Wil je vooraf zelf al een idee krijgen van wat bijverdienen met een arbeidsongeschiktheidsuitkering voor jouw huishoudbudget betekent, dan helpt het Nibud je op weg met een praktische rekenhulp voordat je de stap daadwerkelijk zet.
Waarom dit meer is dan alleen een financieel vraagstuk
Er schuilt iets onder dit hele verhaal dat met geld alleen niet te vangen is. Werken, ook al is het maar een paar uur per week, doet iets met hoe je naar jezelf kijkt. Onderzoek van het Kenniscentrum Phrenos laat zien dat werk hebben het gevoel van eigenwaarde, zelfvertrouwen en een positief zelfbeeld vergroot, juist bij mensen die door ziekte of beperking langere tijd aan de kant hebben gestaan. Dat is precies wat Sandra ook terugkreeg naast haar wat lagere uitkering: structuur, contact, en het gevoel dat ze meetelt.
Terug naar Sandra, en naar wat dit voor jou betekent
Sandra werkt inmiddels twaalf uur per week, ruim binnen de grenzen van haar restverdiencapaciteit. Haar uitkering is iets lager dan voordat ze begon, maar haar totale inkomen is hoger, en misschien nog belangrijker: ze heeft weer structuur en contact met mensen, iets wat een uitkering alleen haar niet kon geven.
Dat is uiteindelijk de kern van dit hele verhaal. Afgekeurd zijn betekent niet dat de deur naar werk dicht is. Het betekent dat er regels zijn, dat je moet weten welke uitkering je hebt en wat je restverdiencapaciteit is, en dat je verplicht bent om wijzigingen door te geven. Maar binnen die regels is er meer ruimte dan het stereotype beeld van “thuis zitten” je laat geloven.
gsovereenkomst bij ontslag: wat staat erin? voor de vervolgstappen.

