De meeste mensen denken aan pensioen op het moment dat het eigenlijk al bijna te laat is. Ergens rond hun vijftigste, als een collega ineens over zijn pensioendatum begint te praten, of als ze voor het eerst inloggen op Mijnpensioenoverzicht.nl en schrikken van wat er staat. Of liever: van wat er níet staat.
En dan is er Joost.
Joost werkte tien jaar als zelfstandig consultant, daarna zeven jaar bij twee verschillende werkgevers, en heeft ergens onderweg twee pensioenfondsen opgebouwd waar hij zelf de helft van niet meer weet. Geen idee hoeveel het is, geen idee of het genoeg is, en absoluut geen idee of hij iets extra’s moet regelen voordat hij straks met een pensioengat staat. Hij is 44. Statistisch gezien heeft hij nog net genoeg tijd om het recht te trekken. Maar dan moet hij nu beginnen.
Pensioen opbouwen is één van die onderwerpen waarbij iedereen weet dat het belangrijk is, maar de meeste mensen het uitstellen totdat de urgentie zo groot is dat de goedkope opties al zijn verdwenen. Dit artikel is geen spannende lectuur. Het is wel het artikel dat je nu moet lezen zodat je straks niet voor verrassingen staat.
Het Nederlandse pensioenstelsel in drie regels
Voordat je iets kunt doen, moet je begrijpen hoe het systeem werkt. Het Nederlandse pensioenstelsel rust op drie pijlers. De eerste is de AOW, het basispensioen van de overheid dat iedereen ontvangt die in Nederland heeft gewoond of gewerkt. De AOW-leeftijd staat tot en met 2027 op 67 jaar en stijgt daarna mee met de levensverwachting. De uitkering is bescheiden: voor een alleenstaande is dat in 2026 ongeveer 1.400 euro netto per maand. Genoeg om te overleven, niet genoeg om te leven zoals je gewend bent.
De tweede pijler is het pensioen dat je via je werkgever opbouwt. Ongeveer 90% van de werknemers in Nederland heeft een pensioenregeling via de werkgever, waarbij de werkgever doorgaans twee derde van de premie betaalt en jij als werknemer een derde. Dat geld gaat naar een pensioenfonds of verzekeraar die het voor je belegt. Dit is voor de meeste mensen de grootste bron van pensioeninkomen, naast de AOW.
De derde pijler is wat je zelf regelt: banksparen, pensioenbeleggen, een lijfrenteverzekering, of andere vormen van vermogensopbouw die je aanvult bovenop de eerste twee. Hier heb je de meeste vrijheid, maar ook de meeste eigen verantwoordelijkheid.
Als vuistregel geldt dat je na pensionering 70% van je gemiddelde inkomen nodig hebt om comfortabel rond te komen. AOW plus een goed werkgeverspensioen halen dat voor de meeste modaalverdieners. Maar wie jarenlang als zzp’er heeft gewerkt, regelmatig van baan is gewisseld, of in deeltijd heeft gewerkt, bouwt minder op in de tweede pijler en moet het verschil zelf opvangen.
Wat er in 2026 écht verandert en waarom dat voor jou relevant is
Er speelt momenteel iets groots op de achtergrond dat veel mensen wel hebben gehoord maar niet goed begrijpen: de overstap naar het nieuwe pensioenstelsel op basis van de Wet toekomst pensioenen. Vanaf 2026 en doorlopend tot uiterlijk 1 januari 2028 stappen alle pensioenfondsen over naar een nieuw systeem, waarbij jouw pensioen niet langer een vaste belofte is maar een persoonlijke pensioenpot die meebeweegt met de beleggingsresultaten.
Wat betekent dat concreet? In goede beursjaren kan je pensioen stijgen. In slechte jaren kan het dalen. Die flexibiliteit is zowel goed als risico. Goed, omdat de pensioenen in het oude starre stelsel jarenlang nauwelijks werden verhoogd ondanks inflatie. Risico, omdat de zekerheid van een vast bedrag vervalt. In 2026 verhogen veel fondsen hun uitkeringen al met 2 tot 4 procent als gevolg van de overgang, maar de vraag is hoe dat er over tien jaar uitziet.
Voor jou als werkende Nederlander betekent dit dat de behoefte aan een goed gevulde derde pijler alleen maar groter wordt. Als je werkgeverspensioen gaat schommelen met de markt, wil je een eigen buffer hebben die niet afhankelijk is van datzelfde marktrendement.
Hoe je je eigen pensioenplaatje in kaart brengt
De eerste stap is simpel maar wordt door de meeste mensen overgeslagen: log in op Mijnpensioenoverzicht.nl met je DigiD. Daar zie je in één overzicht hoeveel AOW en werkgeverspensioen je tot nu toe hebt opgebouwd, en wat de verwachte uitkering is als je tot je pensioendatum doorwerkt. Dat getal is niet zeker, maar het geeft je een startpunt. Wie een snelle eerste check wil doen zonder meteen DigiD erbij te pakken, kan ook terecht bij Pensioenchecker voor een overzicht van hoe pensioenopbouw werkt en wat je zelf kunt ondernemen.
Vervolgens bepaal je wat je nodig hebt. Neem je huidige nettoloon, bereken 70% daarvan, en kijk wat het verschil is met wat Mijnpensioenoverzicht je toont. Dat verschil is je potentiële pensioengat. Heb je geen gat, dan doe je het goed. Heb je wel een gat, dan is de vraag hoe groot het is en hoe lang je nog hebt om het te dichten.
Wie dit preciezer wil uitrekenen, kan ook de jaarruimte-rekentool van de Belastingdienst gebruiken. De jaarruimte is het bedrag dat je fiscaal aftrekbaar in de derde pijler mag inleggen. Wie in 2026 een bruto jaarsalaris heeft van 48.000 euro en weinig pensioen opbouwt via de werkgever, mag al snel 9.000 euro per jaar belastingvriendelijk bijstorten. Dat belastingvoordeel van 37 tot 49,5 procent is een van de sterkste financiële instrumenten die de meeste mensen nooit gebruiken.
De drie manieren om je pensioengat te dichten
Banksparen is de meest toegankelijke optie. Je opent een geblokkeerde spaarrekening waarop je maandelijks inlegt. Het geld staat vast tot je pensioen, maar je inleg is aftrekbaar van de belasting en je ontvangt een periodieke uitkering zodra je met pensioen gaat. Het nadeel is dat de rente op spaarrekeningen historisch laag rendeert vergeleken met beleggen.
Pensioenbeleggen geeft meer potentieel rendement maar ook meer risico. Via een pensioenrekening bij een bank of verzekeraar beleg je in een fonds dat automatisch defensiever wordt naarmate je pensioendatum nadert. Voor wie nog twintig jaar of meer te gaan heeft, is dit statisch de slimste keuze, omdat de lange beleggingshorizon de risico’s aanzienlijk dempt.
Een lijfrenteverzekering combineert spaar- of beleggingsdiscipline met een uitkeringsgarantie. Je betaalt premie aan een verzekeraar en ontvangt vanaf je pensioendatum een levenslange of tijdelijke uitkering. Het voordeel is zekerheid. Het nadeel is dat de kosten van zo’n product de netto opbrengst verlagen, soms aanzienlijk. Vergelijk altijd de totale kosten voordat je tekent.
Wie pensioen opbouwt als zzp’er heeft dezelfde drie opties, maar zonder de tweede pijler als vangnet. Voor zelfstandigen is aanvullend pensioen opbouwen geen luxe maar een noodzaak. De kans dat de AOW alleen voldoende is om je gewenste levensstandaard te behouden, is verwaarloosbaar klein. Lees ook hoe bijverdienen naast een uitkering werkt als je situatie complexer is door arbeidsongeschiktheid.
De grootste vergissing die mensen maken
Het uitstellen. Elke tien jaar dat je later begint met aanvullend pensioen opbouwen, moet je ruwweg het dubbele per maand inleggen om hetzelfde eindbedrag te bereiken. Dat is geen marketingpraat van een verzekeraar, dat is hoe rente op rente werkt over een lange periode.
Wie op zijn 25e 100 euro per maand inlegt in een pensioenbeleggingsfonds met een gemiddeld rendement van 5% per jaar, heeft op zijn 67e ruim 145.000 euro opgebouwd. Wie op zijn 45e begint met dezelfde 100 euro per maand, eindigt met ongeveer 41.000 euro. Zelfde inleg per maand, maar een kwart van het eindresultaat. Dat is wat vroeg beginnen betekent in de praktijk.
Wie jong is en weinig kan missen, profiteert hier. Passief inkomen opbouwen als student is in die zin dezelfde gedachte: kleine bedragen vroeg inleggen werken beter dan grote bedragen laat inleggen.
Als je merkt dat sparen sowieso lastig is, lees dan eerst wat er mis gaat bij niet kunnen sparen, want pensioenopbouw werkt het beste als je spaardiscipline op orde is.
Wat te doen als je verder wilt kijken dan de standaardopties
Voor de meeste mensen is een combinatie van een pensioenbeleggingsrekening voor de derde pijler, goed inzicht in het werkgeverspensioen via Mijnpensioenoverzicht, en een keer per jaar een check op de jaarruimte bij de Belastingdienst al genoeg om een solide pensioen op te bouwen.
Wie meer wil, denkt na over vijf extra manieren om het pensioenpotje aan te vullen. Dat kan variëren van eerder aflossen op de hypotheek (minder vaste lasten na pensionering) tot strategisch beleggen in box 3, van een eigen woning vrij van hypotheek als pensioenpijler tot het opbouwen van vermogen via een eigen bedrijf. Al die opties en meer staan concreet uitgewerkt in ons artikel over vijf manieren om je persoonlijke pensioenpotje aan te vullen.
Terug naar Joost
Joost logde uiteindelijk in op Mijnpensioenoverzicht na een gesprek met zijn vrouw over wat er zou gebeuren als hij morgen zou stoppen met werken. Wat hij zag, was beter dan gevreesd: twee kleine potjes bij twee fondsen en een huidig werkgeverspensioen dat doorliep. Samen kwamen ze op een verwacht pensioen van zo’n 65% van zijn huidige inkomen als hij doorwerkte tot zijn 67e. Niet dramatisch, maar iets minder dan het streefpercentage van 70%.
Hij opende diezelfde maand een pensioenbeleggingsrekening en begon met 200 euro per maand, gebruikmakend van zijn volledige jaarruimte. Het belastingvoordeel betekende dat de werkelijke nettolast dichter bij 120 euro lag. Die 23 jaar die hij nog heeft tot zijn 67e zijn, als de markten hem een beetje mezitten, genoeg om dat vijf procent gat te sluiten.
Pensioen opbouwen is niet ingewikkeld. Het is wachten dat ingewikkeld maakt.
Het Nederlandse pensioenstelsel rust op drie pijlers: de AOW van de overheid, het werkgeverspensioen dat je via je werkgever opbouwt, en wat je zelf regelt in de derde pijler via banksparen of pensioenbeleggen. De AOW-leeftijd staat tot 2027 op 67 jaar en stijgt daarna mee met de levensverwachting. Alle pensioenfondsen maken uiterlijk per 1 januari 2028 de overstap naar het nieuwe stelsel, waarbij uitkeringen meer gaan meebewegen met beleggingsresultaten en de behoefte aan een eigen buffer daardoor alleen maar toeneemt. De eerste concrete stap is inloggen op Mijnpensioenoverzicht.nl om te zien wat je hebt opgebouwd en of er een pensioengat is. Wie dat gat wil dichten, kan aanvullend pensioen opbouwen met belastingvoordeel van 37 tot 49,5 procent via de jaarruimte, maar moet daarvoor wel op tijd beginnen: elke tien jaar later starten betekent ruwweg het dubbele per maand inleggen voor hetzelfde eindresultaat. Voor zzp’ers geldt dat extra hard, want zonder werkgeverspensioen in de tweede pijler is de derde pijler geen optie maar een verplichting aan zichzelf.

